Proces Regionale Energiestrategie

Nu de RES’en 1.0 zijn vastgesteld, kan in gezamenlijkheid gewerkt worden aan het realiseren van de ambities voor 2030. Het gaat om duurzame opwekking door zonne- en windenergie op land, zon op dak, parkeerplaatsen en geluidsschermen, en om verduurzaming van de warmtevraag van de gebouwde omgeving. Verschillende mijlpalen liggen al vast. Deze geven houvast en duidelijkheid in de samenwerking.

  1. Uitvoeringsprogramma RES 1.0
    Het realiseren van alle ambities van de RES is een flinke uitdaging. Samen aan de slag is daarbij het motto. Gemeenten, provincie, waterschappen, energiecoöperaties, netwerkbedrijven, bedrijven, maatschappelijke organisaties stellen na de zomer een uitvoeringsprogramma op. In september worden daarvoor zogenoemde ‘uitvoeringstafels’ georganiseerd. Aan iedere uitvoeringstafel wordt een onderwerp uit de RES 1.0 behandeld. De gesprekken moeten leiden tot inzicht in de werkzaamheden, samenwerkingsafspraken en de organisatie van ondersteuning voor de uitvoering. De colleges van gemeenten, provincie en de waterschappen stellen dit uitvoeringsprogramma in december vast. Deze heeft in aanvang een looptijd tot 2025, in 2023 wordt het programma geëvalueerd en waar nodig bijgestuurd. Hier vindt u meer informatie over de uitvoeringstafels.

  2. Transitievisie warmte
    Eind 2021 is de deadline voor de transitievisies warmte (TVW), elke gemeente moet dan een TVW hebben vastgesteld. Met deze Transitievisie maken gemeenten het tijdspad inzichtelijk: wanneer kunnen welke wijken of buurten van het aardgas worden afgekoppeld. Voor de wijken of buurten die voor 2030 gepland staan, maakt de gemeente ook al de mogelijke warmte-alternatieven bekend. De keuzes die lokaal worden gemaakt kunnen effect hebben op de omliggende gemeenten bijvoorbeeld door het gebruik van een warmtebron of een extra vraag naar elektriciteit. In de RES is ook de Regionale Visie Warmte opgenomen met daarin afspraken over regionale samenwerking.

  3. RES 1.0 in omgevingsbeleid
    Nu de zoekgebieden regionaal zijn vastgesteld in de RES 1.0 is het aan de gemeenten en provincie om deze te vertalen naar het omgevingsbeleid. Ook de uitbreiding van de energie-infrastructuur vraagt soms om borging in omgevingsbeleid. Iedere gemeente volgt daarbij een eigen werkwijze en tempo. Lees op de website van het Nationaal Programma RES meer over de borging van de RES in het omgevingsbeleid.

  4. Proces RES 2.0
    De energietransitie is een complexe opgave en daarom is de Regionale Energiestrategie een dynamisch document dat iedere twee jaar wordt herijkt. Actuele ontwikkelingen als aanpassingen in zoekgebieden, belanghebbende innovaties, aangepaste rekenmethodieken krijgen daarin een plaats. Ook samenwerkingsafspraken kunnen tegen het licht worden gehouden en verbeterd. Voor de zomer van ’22 worden de kaders van het proces naar de RES 2.0 vastgelegd. Uiterlijk 1 juli 2023 wordt de RES 2.0 vastgesteld door gemeenteraden, waterschappen en Provinciale Staten.

  5. Realisatie en participatie
    De energietransitie is al begonnen en met het vaststellen van de RES 1.0 kan de uitvoering versnellen. Gemeenten, provincie, waterschappen, energiecoöperaties, netwerkbedrijven, bedrijven, maatschappelijke organisaties, iedereen heeft een rol. Voor de vergunningverlening zijn de gemeenten aan zet. Hiervoor zijn uitgangspunten vastgelegd in de RES, zoals zorgvuldige participatie, het streven naar minimaal 50 procent lokaal eigendom per project, wettelijke afstandscriteria en normen voor (geluids)overlast en ruimte voor nieuwe initiatieven en zoekgebieden. Voor projecten en plannen uit de RES is het nodig voor 1 januari 2025 een omgevingsvergunning af te geven om realisatie voor 2030 mogelijk te maken. Dit is in het Klimaatakkoord afgesproken.

  6. Monitoring, afstemming en samenwerking
    De uitvoering van de RES vraagt om samenwerking tussen overheden, inwoners en alle belanghebbende partijen. Dit vraagt om zorgvuldige monitoring en afstemming. Dit zal door de regionale RES-organisatie worden gefaciliteerd. Het ziet er naar uit dat de RES organisatie zowel landelijk als regionaal voortgezet gaat worden. Het is aan het nieuwe kabinet om hier een besluit over te nemen.
    Om zicht te hebben op de voortgang van de realisatie van de ambities van de RES wordt een monitoringsprogramma opgesteld. De uitkomsten van de monitoring worden gebruikt voor de afstemming en bij de samenwerking. Ook vormt het input voor de RES 2.0.

De weg naar RES 1.0

De RES 1.0 is af. Dit betekent niet dat nu direct windturbines worden neergezet en zonneweides aangelegd. Hieraan gaat nog een uitvoerig proces van onderzoek, overleg en besluitvorming vooraf. Iedere twee jaar wordt de RES geactualiseerd: na RES 1.0 volgt RES 2.0, RES 3.0 enzovoorts. In de RES 1.0 staan de zoekgebieden die de komende twee jaar verder onderzocht en uitgewerkt worden. Hierbij zoeken we naar de optimale oplossingen van dat moment. Zoekgebieden kunnen afvallen of worden aangepast. Ook kunnen nieuwe zoekgebieden worden toegevoegd. 

Hieronder kijken we kort terug op de totstandkoming van de RES 1.0 en vertellen we hoe het proces verder gaat.

Aan de RES 1.0 is ruim twee jaar gewerkt met als belangrijkste mijlpalen: de startnotitie, de concept-RES en de reactienota met als eindresultaat de RES 1.0. Het proces is bottom-up uitgevoerd met veel ruimte voor participatie en reflectie. In Noord-Holland Noord zijn meer dan zestig bijeenkomsten georganiseerd, waaraan in wisselende samenstelling volksvertegenwoordigers, belanghebbenden, deskundigen, bedrijven, energiecoöperaties, maatschappelijke organisaties en bewoners hebben meegedaan. 

De RES 1.0 is dus tot stand gekomen op basis van een open en transparant proces. Het Nationaal Programma RES kan hiermee tot een afweging komen van het bestuurlijke en maatschappelijke draagvlak voor de RES 1.0 van Noord-Holland Noord.

In de infographic ziet u het proces geïllustreerd.

In het katern ‘RES-proces van start tot RES 1.0’ staat het proces in detail beschreven, inclusief de werkvormen die zijn gebruikt.

Het vervolg

Na de vaststelling van de RES 1.0 gaat het proces verder. In de RES 1.0 staat in welke zoekgebieden wind- en/of zonne-energie kan worden opgewekt. Deze zoekgebieden moeten nu concreet gemaakt worden, samen met belanghebbenden. Voordat in de zoekgebieden daadwerkelijk windturbines of zonneweides geplaatst worden, volgen we eerst een lang proces. De zoekgebieden moeten worden opgenomen in het ruimtelijk beleid van de gemeente en bestemmingsplannen moeten worden aangepast. Verder zijn voor de uitvoering van energieprojecten vergunningen, milieueffectrapportages en geluidsonderzoeken nodig. In dit proces is op meerdere momenten ruimte voor participatie en formele inspraak en zijn er mogelijkheden voor bezwaar of beroep.

Parallel hieraan wordt het proces gestart naar de RES 2.0. Hierin worden de resultaten van de concretisering van de zoekgebieden opgenomen. Ook nieuwe inzichten en belangrijke ontwikkelingen vanuit de andere klimaattafels, zoals industrie, mobiliteit, landbouw en landgebruik, worden in de RES 2.0 verwerkt. De RES 2.0 zal een geactualiseerd beeld geven van de mogelijkheden in de energieregio en of wij nog op koers liggen van de ambities zoals die in de RES 1.0 staan.

Gezamenlijke uitvoering

De RES 1.0 bevat ook een hoofdstuk over de uitvoeringsstructuur. Om de ambitie voor 2030 te realiseren is het nodig om samenwerkingsafspraken te maken tussen de verschillende overheden (gemeente, provincie, waterschap en rijksoverheid). Ook moeten er afspraken gemaakt worden met stakeholders die een bijdrage kunnen en willen leveren aan de uitvoering van de zon-, wind- en warmteprojecten. Het gaat hier om ondernemers, agrariërs, energiecoöperaties, woningbouwcorporaties en het onderwijs.

Meer weten over de Noord-Hollandse Energieregio Noord?

Bekijk de meest gestelde vragen over de RES, de opgave, de techniek en nog vele andere vragen en antwoorden.

Vraag & Antwoord

Deel deze informatie:
Naar bovenNaar boven
Snel naar NH Zuid
Snel naar NH Zuid