Vraag

en antwoord

Ik heb een vraag over…

Kijk voor de meest gestelde vragen over de Regionale Energiestrategie bij vraag & antwoord. Staat uw vraag er niet bij, dan heeft u de volgende mogelijkheden:

Wilt u meer weten over de Regionale Energiestrategie in Nederland, bekijk hier de landelijke website.

Meer vragen, antwoorden en informatie vindt u op de website van het Klimaatakkoord.

Bekijk de Klimaatmonitor voor cijfers over lokale CO2-uitstoot, energieverbuik en hernieuwbare energie.

Heeft u een vraag of wilt u meer informatie over de energie- en warmtetransitie in uw gemeente, neem dan contact op met de gemeente waar u woont.

Heeft u een vraag over de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord?
Stel ons een vraag

Snel naar:

Concept-RES
RES Samendoen Opgave Proces Meedoen Techniek Omgeving Transitie

Concept-RES

Kan ik als inwoner of belanghebbende mijn mening geven over de concept-RES?

Deelnemers aan de regionale en/of lokale bijeenkomsten kunnen een reactie geven op de concept-RES. U krijgt of heeft hiervoor al een e-mail ontvangen via de gemeente van uw woonplaats.

In september van dit jaar zullen de gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschap hun wensen en bedenkingen over de concept-RES uiten.

In de volgende stap van het proces, waarin we van de concept-RES gaan naar de RES 1.0, zijn er opnieuw verschillende mogelijkheden om mee te praten.  In deze fase wordt per zoekgebied gekeken naar de mogelijkheden voor het inpassen van zon- en/of windenergie. De aankondiging hiervan en uitnodiging van inwoners gaat weer via de gemeente waarin het zoekgebied ligt.

Wanneer kan ik als volksvertegenwoordiger mijn mening geven op de concept-RES?

De concept-RES is opgesteld door de energieregio en aangeboden aan de Colleges van B&W, Gedeputeerde Staten en het dagelijks bestuur van het waterschap. Zij stellen de concept-RES vast en geven hem vrij voor wensen en bedenkingen van de gemeenteraden, Provinciale Staten en dagelijks bestuur waterschappen. Dit vindt in september plaats.

Wat is de status van het aanbod? Is dit de hoeveelheid duurzame energie die ook in de RES 1.0 moet komen en dus in 2030 moet worden gerealiseerd? 

Deze voorlopige concept-RES is een tussenstap in het proces. In de volgende fase van het proces worden alle reacties van deelnemers en de wensen en bedenkingen van de gemeenteraden, provinciale staten en AB van het waterschap nog verwerkt. Bovendien worden de zoekgebieden nader verkend. Dit betekent dat er nog ruimte is om wijzigingen op te nemen in dit document en indien nodig ook het aanbod van de hoeveelheid duurzame energie nog aan te passen. 

Dit is het aanbod van Noord-Holland Noord, maar wat doet de rest van de provincie? 

Energieregio Noord-Holland Zuid heeft een soortgelijk proces doorlopen als Noord-Holland Noord. Ook daar zijn de resultaten bekend. Zij verwachten de aankomende tien jaar ook 2 TWh extra duurzame elektriciteit te kunnen opwekken met zonne- en windenergie bovenop de 0,7 TWh die nu al is gerealiseerd. De hele provincie Noord-Holland komt daarmee uit op totaal 6,9 TWh voor 2030.

Waarom niet/nauwelijks op agrarische grond? Die grond en dat soort landschappen lenen zich juist heel goed voor het opwekken wind- en zonne-energie. 

Om vast te stellen wat de zoekgebieden zijn, is eerst gekeken naar wat wel en niet kan, en wat wenselijk is. Verder hebben bewoners, bedrijven, energiecoöperaties, natuurorganisaties en andere betrokkenen hun mening gegeven. Ook de betrokken bestuurders van de gemeenten, de provincie en de waterschappen hebben aangegeven wat hun voorkeuren zijn. De concept-RES is mede het resultaat van dit uitgebreide participatieproces, waaraan ruim 1.500 mensen hebben deelgenomen. Hierdoor heeft een zorgvuldige afweging plaats gevonden van wat wel en wat niet kan. Hierbij zijn aspecten als bijvoorbeeld leefbaarheid (woongenot), behoud van natuur en landschappelijke kwaliteiten en het gebruik van agrarische gronden ruimschoots aan de orde geweest. Het resultaat is dat de energieregio de komende 10 jaar vooral inzet op zonnepanelen op geluidsschermen, parkeerterreinen en op grote daken. Daarnaast werden voor grootschalige opwek met windturbines en zonneweides plekken aangewezen op en bij bedrijventerreinen en langs wegen. Ook zoekgebieden op en langs water zijn in de concept-RES opgenomen, zoals een deel van het IJsselmeer en het Markermeer. 

Wordt er rekening gehouden met draagvlak voor nieuwe windturbines? 

De concept-RES is het resultaat van een uitgebreid participatieproces. In totaal zijn 47 gemeentelijke bijeenkomsten georganiseerd waarin iedereen kon meepraten. Hieruit blijkt dat onze inwoners voor de energietransitie zijn en dat onder voorwaarden op bepaalde plekken nieuwe windturbines mogelijk zijn. Hierbij vinden veel inwoners dat de bestaande richtlijn uit de Provinciaal Ruimtelijke Verordening (PRV) behouden moet worden. Deze richtlijn geeft aan dat windturbines op 600 meter afstand van woningen moeten worden gehouden. 

In de volgende fase van het proces worden zoeklocaties nader besproken.

Is er rekening gehouden met de beperkte capaciteit op het elektriciteitsnet? 

NHN kenmerkt zich door veel landelijk gebied waar van oudsher de kabels lang en dun zijn. Tot voor kort was hier relatief weinig vraag naar stroom. Echter, doordat in deze gebieden veel ruimte is, is de huidige ontwikkeling dat juist in deze gebieden veel duurzame opwek wordt gerealiseerd. Daarmee neemt de vraag naar vermogen op de netten toe, waar de capaciteit vaak niet toereikend is. Dit vraagt veelal om uitbreiding van de capaciteit van het elektriciteitsnet. Dit zien we ook terug in de netimpact analyse die door Liander is uitgevoerd op basis van de concept-RES.

Liander is continu bezig met het versterken van de energie infrastructuur en zal in NHN het elektriciteitsnet fors moeten uitbreiden voor het RES aanbod. Dit dient zo efficiënt mogelijk te gebeuren, bijvoorbeeld door opwek te clusteren, zon en wind te combineren en door opwek te plaatsen daar waar er ook vraag naar stroom is. De concept-RES vormt een startpunt van een langdurige samenwerking om met elkaar te komen tot concrete plannen die realiseerbaar zijn én draagvlak hebben.

Heeft Liander een voorkeur voor zoekgebieden?

Voor Liander gaat het om de keuze die goed is voor de totale energievoorziening, waarbij met alle belangen rekening gehouden wordt. Vanuit de kennis en expertise van de netbeheerder is inzicht gegeven waar het net makkelijk en moeilijk (ruimte, tijd en geld) uitgebreid kan worden.

Hiermee kan bepaald worden welke gebieden vanuit infrastructureel oogpunt geschikt zijn voor opwek van hernieuwbare energie. Daarnaast rekent Liander het regionale aanbod door naar impact op de energie-infrastructuur. Het resultaat wordt telkens geduid in benodigde tijd, ruimte en maatschappelijk geld.

Waarom sluit de kaart niet aan bij het huidige beleid / coalitieprogramma van mijn gemeente? 

De energietransitie is een grote opgave voor Nederland. Deze wordt in 30 energieregio’s nader ingevuld. De provincie, gemeenten en waterschap hebben de verantwoordelijkheid genomen om gezamenlijk een regionale energiestrategie op te stellen. Aan het begin van het proces hebben zij erkend en afgesproken dat dit kan betekenen dat bestaand beleid daarvoor moet worden aangepast. Nederland is immers een klein land met veel inwoners. Ieder stukje grond is al ergens voor bestemd. De opwek van duurzame energie middels zonnepanelen en windturbines kost ruimte. In de RES worden de verschillende belangen zorgvuldig gewogen. Dit doen we samen met overheden, inwoners, bedrijfsleven, natuurorganisaties, energiecoöperaties en vele andere belanghebbenden.

Waarom ligt de focus vooral op zon- en windenergie? Ik lees in de concept-RES niets over andere innovaties in energieopwekking? 

De focus ligt op bewezen technieken voor de opwek van hernieuwbare energie. Dus vooral op zon- en windenergie. Als gewacht moet worden op nieuwe technieken, dan wordt de opgave om de doelen uit het Klimaatakkoord steeds moeilijker te halen. In kortere tijd moeten we dan meer doen. Kosten zullen hierdoor toenemen. Zowel in het versneld toepassen van duurzame technieken als in de kosten voor het beheersen van de gevolgen van klimaatverandering. 

De RES wordt om de twee jaar geactualiseerd. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Windmolens en zonnepanelen staat er overigens niet voor eeuwig. In de toekomst zullen ze wellicht plaats maken voor slimmere oplossingen. Tot die tijd hebben we ze nodig.

Op de kaarten is weergegeven waar het mogelijk is om windturbines te plaatsen: wat waren de overweging om wel/niet voor een bepaalde locatie te kiezen?

Bij het bepalen van de zoeklocaties is onder meer gekeken naar geldende beperkingen en beleidskaders met betrekking tot landschap, natuur- en milieu, maar ook naar bijvoorbeeld de mogelijkheden van de bestaande energie-infrastructuur. In een uitgebreid participatieproces hebben ook belangenorganisaties, inwoners, bedrijven, energiecoöperaties en velen anderen kunnen aangeven waar volgens hen windturbines ingepast kunnen worden en waar niet. Door dit proces zijn in deze fase ook afwegingen op gebied van leefbaarheid (woongenot), behoud van bestaande landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten ruimschoots aan de orde gekomen. 

Hoe is de 4,2 TWh tot stand gekomen? 

Het bod van 2,7 is een optelsom van wat er nu (0,7 TWh) al in de regio aan hernieuwbare energie wordt opgewekt en wat de mogelijkheden zijn in 2030. Dit is de uitkomst van vele onderzoeken, gesprekken en bijeenkomsten. Er is eerst onderzoek gedaan naar wat wel en niet mogelijk is in de regio. Dit is in regionale ateliers besproken met gemeenten, provincie, waterschappen, de netbeheerders en andere professionele, bij de RES betrokken partijen. Daarna hebben bewoners, bedrijven, energiecoöperaties, en maatschappelijke organisaties in lokale bijeenkomsten hun mening gegeven. Volksvertegenwoordigers zijn hierbij voorduren geïnformeerd over de tussentijdse resultaten, het proces, hun rol en bevoegdheden.

In de concept-RES wordt gewerkt met scenario’s. Wat is de waarde hiervan?

Scenario’s zijn mogelijke toekomstbeelden en hulpmiddel om het gesprek te voeren over zoekgebieden voor grootschalige windmolen- en zonneparken. De scenario’s zijn bedoeld om inzicht te geven in de keuzes en effecten. Zo ontstaat bijvoorbeeld in het scenario ‘maximale energie opwek’ (gebruikt in de deelregio Amsterdam) een ander beeld van de mogelijkheden in een zoekgebied dan in het scenario ‘leefbaarheid’. De scenario’s zijn met partners uit de gemeente, professionele belanghebbenden en maatschappelijke organisaties opgesteld.

Regionale Energiestrategie (RES)

Wat is een Regionale Energiestrategie (RES)?

Het bod van 4,2 is een optelsom van wat er nu (2,2 TWh) al in de regio aan hernieuwbare energie wordt opgewekt en wat de mogelijkheden zijn in 2030. Dit is de uitkomst van vele onderzoeken, gesprekken en bijeenkomsten. Er is eerst onderzoek gedaan naar wat wel en niet mogelijk is in de regio. Dit is in regionale ateliers besproken met gemeenten, provincie, waterschappen, de netbeheerders en andere professionele, bij de RES betrokken partijen. Daarna hebben bewoners, bedrijven, energiecoöperaties, en maatschappelijke organisaties in lokale bijeenkomsten hun mening gegeven. Volksvertegenwoordigers zijn hierbij voorduren geïnformeerd over de tussentijdse resultaten, het proces, hun rol en bevoegdheden.
Het maken van een RES is één van maatregelen die volgen uit het Klimaatakkoord. Tijdens de onderhandelingen om te komen tot het Klimaatakkoord, hebben de regio’s ervoor gepleit om de opwek van energie op land en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving niet van bovenaf te bepalen, maar te kiezen voor een bottum-up benadering in de regio’s. Samen is bepaald dat de regio’s met elkaar zorgen voor een opwek van 35 TWh op land in 2030 en voor de verdeling van de duurzame warmtebronnen. De regionale overheden (gemeenten, waterschappen en provincie) leggen vast hoe, met wie en waar dit ingevuld wordt. Daarnaast geeft de RES inzicht in aanbod van duurzame warmtebronnen en de warmtevraag van de gebouwde omgeving en de daarvoor benodigde opslag en energie-infrastructuur.

De RES wordt om de 2 jaar aangepast, zodat er flexibiliteit is om ontwikkelingen, nieuwe inzichten en technologische innovaties een plek te geven.

Waarom maken we een Regionale Energiestrategie (RES)?

Het maken van een RES is noodzakelijk om de landelijke doelen van het Klimaatakkoord te halen:
• in 2030 de C02-uitstoot verminderen met 49% ten opzichte van 1997 en met 95% in 2050;
• in 2030 35TWh hernieuwbare energie (zon en wind) op land grootschalige op te wekken;
• woningen en bedrijven geleidelijk van het aardgas af te halen voor verwarming;
• energietransitie te realiseren: van fossiele brandstoffen naar duurzame energie (zon, wind en duurzame warmte).

De RES bevordert de samenwerking in de regio om mogelijkheden te benutten en te onderzoeken wat kansen zijn voor verduurzaming, zoals het benutten van koppelkansen, dubbel ruimtegebruik (bijvoorbeeld zon op afvalberg), economische kansen en het inzetten van vrijkomende restwarmte (bijvoorbeeld warmte van datacenters naar kassen).

Wat is zijn de concrete doelen van de Regionale Energiestrategie?

1 Locaties vinden voor het opwekken van zon- en windenergie.

2 Organiseren van maatschappelijke betrokkenheid voor een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van hernieuwbare energie- en warmte(rest)bronnen, inclusief de bijbehorende infrastructuur.

3 Verbeteren van de samenwerking in de regio (ook tussen overheden) en versnellen van de uitvoering van de energietransitie. 

4 Kansrijke initiatieven en innovaties laten slagen en opschalen.

Wat staat er beschreven in de Regionale Energiestrategie?

De RES beschrijft hoe en waar de regio het aandeel van (grootschalige) duurzame energieopwekking in de regio tot 2030 gaat vergroten. Concreet gaat het om:

– de opwekking van duurzame elektriciteit, als regionale bijdrage aan de landelijke opgave van 35TWh. Het opwekken van duurzame elektriciteit gebeurt met bewezen technologie, namelijk energie-opwek uit zonne- en windenergie. Dit is inclusief het beschrijven van de zoekgebieden voor grootschalige zonnedaken, zonneparken en windmolens (turbines);

– de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. In de regio worden aanwezige duurzame warmtebronnen, de warmtevraag en warmtenetwerk (energie-infrastructuur) geïnventariseerd. Ook wordt beschreven hoe vraag en (potentieel) warmteaanbod aan elkaar gekoppeld kunnen worden;

– het beschrijven van de (ruimtelijke) uitgangspunten, de organisatie rondom de RES (procesbeschrijving en partijen) en hoe de participatie is georganiseerd om tot regionaal gedragen keuzes te komen.

Wie stelt de Regionale Energiestrategie op?

De gemeenten, de provincie en de waterschappen hebben de opdracht om de regionale energiestrategie op te stellen. Dit doen zij samen met de netwerkbeheerder Alliander, experts en maatschappelijke organisaties als energiecoöperaties, (lokale duurzame) energiebedrijven (bijvoorbeeld HVC), agrarische partijen, landschapspartijen- en beheerders, belangenverenigingen, het onderwijs, woningcorporaties, het bedrijfsleven en inwoners.

De ontwikkeling van de RES wordt gefaciliteerd door een onafhankelijke programmaorganisatie, die in opdracht werkt van gemeenten, provincie en waterschappen. Deze partijen leggen de RES vast in hun omgevingsbeleid. Gemeenten zijn hierbij ook verantwoordelijk voor overleg en participatie van bewoners en belanghebbenden in hun werkgebied.

De bestuurlijke bevoegdheden blijven bij de gemeente, provincie en het waterschap. De programmaorganisatie zorgt voor aansturing van het proces om te komen tot de RES. Er wordt verantwoording afgelegd aan de stuurgroep, deze zorgt voor de procesbewaking. In de stuurgroep zitten bestuurlijke vertegenwoordigers vanuit de deelregio’s, de provincie en de waterschappen. Ook Alliander neemt deel in de stuurgroep, vanwege de grote betrokkenheid bij de uitvoering van de energietransitie. Op momenten wordt de stuurgroep uitgebreid met bestuurders van belangrijke betrokken partijen.

Noord-Holland bestaat uit 2 energieregio’s met elk een eigen programmaorganisatie. Deze werken nauw samen.

De programmaorganisatie van energieregio Noord-Holland Noord werkt in opdracht van 18 gemeenten, de provincie en 1 waterschap.

Energieregio Noord-Holland Noord bestaat uit 3 deelregio’s waar de 18 gemeenten onder vallen: Kop van Noord-Holland, Westfriesland en Alkmaar. In de deelregio vindt ambtelijke en bestuurlijke samenwerking al plaats. Deze deelregio’s kennen ook in hoofdlijnen gemeenschappelijke energieopgaven, landschappelijke kenmerken en stakeholders.

Wat gebeurt er als we geen RES maken in de regio?

Nederland wil zich aan de internationale klimaatafspraken houden. We hebben het akkoord van Parijs getekend in 2015 en in het regeerakkoord opgenomen dat de energietransitie één van de belangrijke opgaves voor de komende jaren is. Op 28 mei 2019 heeft de Eerste Kamer ingestemd met de Klimaatwet. Hierin staat de doelstelling om 49 procent minder CO2 uit te stoten in 2030 ten opzichte van 1997, in 2050 moet dit 95 procent minder zijn.

De energieregio’s hebben hierin hun deel. Binnen 8 maanden na ondertekening van het Klimaatakkoord moeten de regio’s hun bijdrage aan de landelijke opgave bekend maken in een eerste versie van de RES: de concept RES. Doelstelling is dat alle 30 energie-regio’s met elkaar de landelijke opgave van 35 TWh invullen. Lukt dit niet, dan moet de nog resterende opgave door de 30 regio’s onderling verdeeld worden. Als de regio’s niet zelf tot een verdeling komen zal daarvoor een landelijke verdeelsystematiek worden toegepast. Met andere woorden, de energieregio’s kunnen nu zelf keuzes maken vanuit samenwerking en mogelijkheden. Zonder RES zal het Rijk die maken.

Hoe ziet de landelijke verdeelsystematiek eruit en welk deel van de 35TWh is toebedeeld aan de regio NHZ?

De eerste totaalbeelden uit de 30 energieregio’s lijken positief: als we zo doorgaan met de RES’en sluit dit aan bij de doelstelling in het Klimaatakkoord. Een positief signaal, maar we zijn er nog niet. Planbureau voor de Leefomgeving moet de concept RES’en nog analyseren, zij kijken ook naar het realiteitsgehalte. De besluitvorming die nog moet volgen in de 30 regio’s kan van invloed zijn. Net als belemmeringen op gebied van beleid, maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak, ruimtelijke inpassing, netcapaciteit, financiering en economische omstandigheden om de ambities te realiseren. Juist die kunnen het ambitieniveau nog beïnvloeden en leiden tot bijstelling van het aantal TWh.

Op dit moment wordt verdeelsystematiek voorbereid in overleg met de energieregio’s, het Nationaal Programma RES en het Rijk. Van 1 oktober 2020 tot 1 februari 2021 volgt een getrapte besluitvorming door de koepels van de betrokken overheden (CHECK), parallel aan analyse door het Planbureau voor de Leefomgeving. Op 1 februari 2021 wordt de uitkomst van deze analyse verwacht. Indien nodig treedt de verdeelsystematiek dan in werking.

Samenwerken in de regio

Wat is een RES-regio of energieregio?

Voor het maken van een RES is Nederland opgedeeld in 30 energieregio’s of RES-regio’s. Elk van deze regio krijgt de opdracht om een RES op te stellen. De regio’s zijn gevormd op basis van bestaande samenwerkingsverbanden. 

De energieregio’s Noord-Holland Noord en Zuid worden uitgebreid beschreven op energieregionhn.nl en energieregionhz.nl.

Waarom doen we dit samen in de regio?

De Regionale Energiestrategie is een opgave van het Rijk; als we dit als regio niet samen regelen, als we niet zelf het stuur in handen nemen, dan regelt het Rijk het vóór ons en kan een taakstelling worden opgelegd om grootschalige energie op te wekken. 

Energieprojecten houden niet op bij een gemeentegrens. Een warmtenet gaat over een gemeentegrens heen, een windmolen kan vlakbij een gemeentegrens staan. Daarnaast kan niet elke gemeente volledig in haar eigen duurzame energievoorziening voorzien en is het niet slim om ieder voor zich het wiel uit te vinden. Dat moeten we regionaal aanpakken. Zo ontstaat een groter gebied met meer ruimte voor koppelkansen, slimme toepassingen en oplossingen. 

Is het voldoende als je als regio zelf kan voorzien in je eigen energiebehoefte?

De regio’s verschillen sterk. Dichtbevolkte regio’s die veel energie vragen en de industrie zullen naar verwachting niet in staat zijn om in hun eigen behoefte te voorzien. Andere regio’s die hiertoe wel in staat zijn zullen dit mogelijk moeten opvangen. De opgave is om samen de doelstelling te halen.

Blijft de RES-structuur ook na het afronden van de RES 1.0 nog in stand?

De programmaorganisatie blijft actief tot aan de oplevering van de RES 1.0. Daarna is het aan de in de programmaorganisatie vertegenwoordigde partijen: gemeenten, provincie, waterschappen en de netbeheerders, om te bepalen in welke mate zij de RES-structuur willen behouden voor de uitvoering van de RES. 

Opgave van de RES

Maakt elke RES-regio dezelfde energieanalyse zodat het kan worden opgeteld? 

Voor de vergelijkbaarheid en optelbaarheid van alle RES-en wordt in heel Nederland gewerkt met dezelfde uitgangspunten en rekenregels. Hiervoor is een landelijk model gemaakt, op basis waarvan iedere regio haar RES kan opstellen. Zodat het optelbaar is, en dat de voorgang van de uitvoering ook gemonitord kan worden; hoe staan we er voor als regio en als land?

Waarop is de elektriciteitsopgave van de RES gebaseerd?

Om 49% CO2 reductie in 2030 te behalen t.o.v. 1997 is grootschalige opwek van energie nodig. De opgave is om 35 TWh aan duurzame elektriciteit op land op te wekken. Hiervoor maken we gebruik van bewezen technieken. Bij de berekening van de benodigde duurzame elektriciteitsproductie op land, is de productie van wind op zee al meegerekend. Net als het zuiniger omgaan met ons energieverbruik en een toename van zonnepanelen op woningen. Wat er dan over blijft aan benodigde duurzame elektriciteit is 35 TWh (grootschalige zonnedaken, zonneparken, windturbine).

Wat telt er mee in de opwek van elektriciteit?

De projecten voor windenergie die nu al in uitvoering zijn worden meegeteld. Met bijvoorbeeld het windmolenpark Wieringenmeer in Hollands Kroon met totaal 99 molens heeft de energieregio Noord-Holland Noord al een belangrijke stap gezet richting 2030. Daarnaast zijn er tientallen energiecoöperaties die een deel van de opwek hebben gerealiseerd en zorg dragen voor participatie – in eigendom en zeggenschap – van de omgeving.

Naast de opwek van wind- en zonne-energie, wordt ook hernieuwbare elektriciteit opgewekt uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI en RWZI) en door de verbranding van afval en biomassa. Deze opwek wordt niet meegenomen in de opgave voor 35 TWh grootschalige opwek (zon/wind) op land, maar wordt wel benoemd in de RES en telt mee om uiteindelijk als regio energieneutraal te worden.

Bij de berekening van de 35 TWh is al uitgegaan van een toename van kleinschalige zonne-installaties op daken van woningen (7 TWh). Dit telt dus niet mee in de 35 TWh, anders wordt dit dubbel meegerekend. De RES gaat dus over grootschalige opwek van duurzame elektriciteit, door grootschalige zonnedaken (vanaf ca 60 panelen per installatie), zonneparken en windturbines.

Wat is de warmteopgave?

Voor de warmteopgave maken we een Regionale Structuur Warmte (RSW). Dit is een geografisch en gevalideerd overzicht van alle bestaande en toekomstige duurzame warmtebronnen (restwarmte, biomassa, geothermie en aquathermie), de potentiële warmtevraag en een overzicht van de benodigde warmte-infrastructuur. Deze RSW maken we met de (lokale, regionale) overheid, netbeheerder(s) en relevante (huidige en toekomstige) stakeholders. We beschrijven hoe de beschikbare warmtebronnen en de potentiële warmtevraag in de regio op een logische, efficiënte en betaalbare wijze kan worden gekoppeld en welke consequenties dit heeft voor warmte-infrastructuur. De verdere uitwerking hiervan vindt plaats in de transitievisie warmte van iedere gemeente (2021 verplicht).

Wat is restwarmte?
Restwarmte is warmte die overblijft als onderdeel van een (industrieel) proces. Denk aan de restwarmte van hoogovens, vuilverbranding of de restwarmte van een datacenter. Deze restwarmte kan weer benut worden als verwarmingsbron. 

Wat is de relatie met ons duurzaamheidsbeleid?

In veel gemeentelijk duurzaamheidsbeleid staat beschreven wat de eigen ambitie is en welke stappen er de komende twee tot vier jaar door de gemeente gezet gaan worden om dat te bereiken. In veel gevallen is deze ambitie groter dan van het Rijk (2050 energieneutraal). De RES gaat helpen om deze ambities te realiseren.

We doen al zoveel aan verduurzaming, waarom nog meer?

Gelukkig doen we al veel aan verduurzamen, maar er moet nog meer gebeuren om in 2030 ons land te voorzien van duurzame energie. De opwek van 35TWh op land die hiervoor nodig is, is gebaseerd op de uitgangspunten dat zonnepanelen op daken van woningen gerealiseerd worden (zijn) en onze energievraag verder afneemt (isoleren, zuinige apparaten). Dit laatste betekent dus de noodzaak tot verduurzamen en het terugdringen van ons energieverbruik (energiebezuiniging).

Duurzaamheid biedt daarnaast veel kansen met betrekking tot economische groei, werkgelegenheid, mobiliteit, toerisme en recreatie, onderwijs en onderzoek, etc.  En ten slotte is verduurzaming van belang voor een schone, toekomstbestendige leefomgeving.

Hoe gaan we de energietransitie van fossiel naar duurzaam betalen?

De betaalbaarheid is voor alle gemeenten en regionale overheid een belangrijk aandachtspunt. Hoe, hoeveel, wanneer en waarvoor wie betaalt is nog onduidelijk. De landelijke overheid moet hierover beslissen, dat doen wij als regio niet. De betrokken overheid (regionaal en lokaal) voeren hierover wel overleg met het Rijk via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Het Interprovinciaal Overleg (IPO)en de Unie van Waterschappen (UVW). Naast dat de energietransitie geld kost is de verwachting dat de energietransitie ook banen gaat opleveren.

Wat voor impact heeft de RES?

Hoeveel windmolens zijn er van wat voor hoogte en omvang nodig om 35TW te kunnen realiseren?

Landelijk wordt er van uit gegaan dat 1 TWh wind kan worden opgewekt met:
– 85-115 windturbines (van 3,5 MW), óf
– 45-70 windturbines (van 5,6 MW).

De stroomproductie van een windmolen is afhankelijk van de locatie in Nederland. Zo wekt dezelfde windmolen in Noord-Holland meer op dan in Limburg (vanwege de windkracht). En zijn er per saldo dus minder molens nodig voor dezelfde stroomproductie. Voor 35TWh zijn dus ongeveer 3500 windmolens nodig (3,6MW), óf ca. 2000 windmolens (5,6 MWh).

Hoeveel ha aan zonneweides moet er komen om 35TW te kunnen realiseren?

In de RES wordt uitgegaan (landelijke uitgangspunten) dat 1 TWh aan zonnepanelen (park, of grootschalig dak) gelijk staat aan:

– 850 – 1100 ha (oost-west oriëntatie), óf
– 1400 – 1500 ha (zuid oriëntatie).

De stroomproductie van een zonnepaneel is afhankelijk van de locatie in Nederland. Zo wekt hetzelfde paneel in Noord-Holland meer op dan in Limburg (vanwege een groter aantal zonuren). En zijn er per saldo dus minder panelen nodig voor dezelfde stroomproductie.

Voor 35TWh is dus ongeveer 34.125ha (oost-west oriëntatie) nodig, óf 50.750 ha (zuid oriëntatie). Dit kan zowel op land, als op grootschalige daken (installaties groter dan 15 KWh, ongeveer 60 panelen, tellen mee in de RES).

Hoe gaan we de energietransitie van fossiel naar duurzaam betalen?

De betaalbaarheid is voor alle gemeenten en regionale overheid een belangrijk aandachtspunt. Hoe, hoeveel, wanneer en waarvoor wie betaalt is nog onduidelijk. De landelijke overheid moet hierover beslissen, dat doen wij als regio niet. De betrokken overheid (regionaal en lokaal) voeren hierover wel overleg met het Rijk via de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen (UVW). Naast dat de energietransitie geld kost, is de verwachting dat de energietransitie ook banen gaat opleveren.

Waarom wordt energiebesparing niet meegenomen in de RES?

Energiebesparing vormt een onderwerp van een andere klimaattafel en niet van de RES. Hierbij dient gerealiseerd te worden dat ondanks energiebesparing, de vraag naar hernieuwbare energiebronnen de komende jaren zal toenemen. De reden hiervoor is dat de energietransitie “elektrificeren” betekent. Denk daarbij aan verduurzaming van de mobiliteit (elektrische auto’s), gebruik van warmtepompen en de algemene digitalisering van de maatschappij. Met andere woorden, het succes van de energiebesparing vermindert niet de noodzaak aan windmolens en/of zonneweides. 

Het proces van de RES

Hoe ziet het proces van de RES eruit?  

Na de ondertekening van het Klimaatakkoord door het kabinet zijn gemeenten, provincie, waterschap, netwerkbeheerders en diverse partijen en organisaties formeel gestart om met elkaar de RES op te stellen. Dit doen ze op basis van een startnotitie. Daarin staan afspraken over wat er in de RES uitgewerkt moet worden, hoe het proces er uit ziet en wie erbij betrokken zijn.

Het proces van de RES is kort. 1 juni 2020 (een half jaar na het ondertekenen van het Klimaatakkoord) moet de RES in concept worden aangeboden aan het Rijk. Om ervoor te zorgen dat we de korte tijd optimaal kunnen benutten zijn we in de energieregio Noord-Holland Noord en Zuid al voor de ondertekening van het Klimaatakkoord gestart met het ‘huiswerk’: het inventariseren van de energievraag in de regio (huidig en in 2030) en het potentieel aanbod van de regio. Dit is een eerste stap die moet worden gedaan om een regionale energiestrategie op te kunnen stellen.

Het Rijk kijkt aan de hand van de concept-RES’en of de voorgestelde strategieën voldoende bijdragen aan het realiseren van grootschalige duurzame elektriciteitsopwekking op land (35 TWh). Is dit het geval, dan kunnen de regio’s aan de slag met het verder concretiseren van de RES tot het aangeven van concrete locaties (RES 1.0). Is dit niet het geval, dan moet elke RES regio opnieuw naar de tekentafel om het nog ontbrekende aandeel aan te vullen.

Het maken van een RES is niet eenmalig: elke regio bekijkt elke twee jaar opnieuw de RES. Verloopt de uitvoering volgens planning, moet er worden bijgestuurd of moet er nieuwe projecten worden opgenomen? Vervolgens wordt een nieuwe RES gemaakt (RES 2.0 en verder). Dit biedt de mogelijkheid om onder andere technologische ontwikkelingen een plek te geven in de opvolgende RES-en.

Wie neemt het besluit over de RES?

De RES leidt tot locaties voor energieprojecten, die uiteindelijk uitgevoerd worden. Maar ook tot keuzes voor de verdeling van duurzame warmte in de regio. Dit raakt de bevoegdheden van de deelnemende gemeenten, de provincie en waterschappen. Daarom zullen zij beslissen over de RES en worden de keuzes die hierin worden gemaakt vastgelegd in ruimtelijk beleid. Daarnaast zijn er vele partijen nodig voor de uitvoering van de RES. Ook zij moeten zich kunnen vinden in de keuzes in de RES.

De beslissingsbevoegdheid voor individuele projecten voor zonnevelden en windmolens blijft lokaal geregeld via bestemmingsplannen en de omgevingsvergunning. 

Is er al meer bekend over het proces van de actualisatie van de RES (na vaststelling van de RES 1.0)?

De uitwerking van het proces na vaststelling van de RES 1.0 moet nog gebeuren. Het idee is om dit samen met de vaststelling van de RES 1.0 aan de gemeenteraden, Provinciale Staten en algemeen bestuur van de waterschappen voor te leggen.

Meedoen aan het maken van de RES

Hoe wordt de samenleving betrokken bij het maken van de RES?

Iedereen kan meepraten. We zijn begonnen met het opstellen van regionale scenario’s, knelpunten en oplossingsrichtingen door experts en organisaties die al werken aan de energietransitie in de regio. We hebben besproken wie wat kan doen in de uitvoering van de plannen.

De scenario’s zijn lokaal op niveau van gemeente en waterschap besproken en verrijkt. Dit is met inwoners, bedrijven en andere belanghebbenden gebeurd. De gemeenten en waterschappen waren hiervoor aan zet.

Na de lokale aanvulling van de scenario’s is alle input samengebracht tot de concept-RES. Dit eerste concept wordt aangeboden aan het Rijk voor beoordeling. Deze beoordeling zal worden uitgevoerd door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Na de beoordeling door het Rijk werken we toe naar de definitieve versie, de RES 1.0. Ook hierbij zullen experts van betrokken partijen en de inwoners en belanghebbenden worden betrokken. Hiervoor hebben we naar verwachting een jaar tot 1 maart 2021 de tijd.

Daarna volgt de vaststelling van de strategie door iedere gemeente, het waterschap en de provincie. De uitkomsten van de RES 1.0 worden vervolgens vastgelegd in het omgevingsbeleid. De RES wordt om de twee jaar geactualiseerd. Hiermee creëren we ruimte voor nieuwe initiatieven en ontwikkelingen.

Bewoners of belanghebbenden kunnen dus op meerdere momenten meepraten. Bij het verrijken van de scenario’s en bespreken van de concept-RES 1.0. Ook bij de besluitvorming in uw gemeente over de RES 1.0 en bij de vastlegging van de RES 1.0 in omgevingsbeleid zijn er momenten van inspraak. Voor bewoners die willen meedoen en meedenken is de gemeente hun eerste aanspreekpunt.

Hoe word ik als bestuurder of raadslid betrokken bij de RES?

Bestuurders en raadsleden van gemeenten worden geïnformeerd via informatiebijeenkomsten, raadsbrieven, technische briefings en online nieuwsbrieven. Zij zijn welkom bij lokale ateliers, kunnen wensen en bedenkingen formuleren bij de concept-RES en stellen de RES 1.0 uiteindelijk vast.

Hieronder beschrijven we de betrokkenheid van raadsleden in het RES-proces stap voor stap. Waarbij aangetekend dat dit proces in lijn met de gedachte van de Omgevingswet: ruimte geven aan initiatieven uit de samenleving, met behoud van verantwoordelijkheid voor omgevingskwaliteit bij de overheid. Voor de gemeenteraad betekent dat een veranderende rol: minder bevoegdheden, meer sturen op hoofdlijnen en meer in dialoog met de samenleving. 

– De startnotitie vormt de start van het proces om te komen tot een gedragen RES. De startnotitie beschrijft de aanpak, de organisatie en besluitvorming. Uitgangspunt is een bottom-up participatief proces, er worden geen kaderstellende uitspraken gedaan over de inhoud van de RES. De startnotitie is vastgesteld door de gemeenteraden, Provinciale Staten van de provincie Noord-Holland en de besturen van de waterschappen, dan wel ter informatie met de raad gedeeld.

– Per gemeente worden scenario’s in lokale ateliers besproken. Tijdens de lokale ateliers wordt in gesprek met de lokale samenleving verkent, waar wel draagvlak voor is, waarvoor niet, en eventueel onder welke voorwaarden. Raadsleden kunnen hieraan deelnemen, net als statenleden en AB-leden van het waterschap. De gemeenten organiseren deze lokale ateliers. Het is aan de gemeenten zelf om eventueel ook een atelier voor raadsleden te organiseren. 

De resultaten uit de ateliers worden verwerkt in de concept-RES. De concept-RES wordt opgesteld door de energieregio en aangeboden aan de Colleges van B&W, Gedeputeerde Staten en het dagelijks bestuur van de waterschappen. Zij stellen de concept-RES vast en geven hem vrij voor:

> wensen en bedenkingen van de raden, staten, en
> toetsing door de betrokken deelnemers van het RES-proces, en
> beoordeling door Nationaal Programma RES (incl. commissie MER en doorrekening door PBL).

– De concept-RES wordt besproken in regionale en lokale raadsbijeenkomsten. Dit vindt zoveel mogelijk plaats in reguliere regionale en lokale raadsbijeenkomsten, Statenbijeenkomsten en overleggen van de Algemeen Besturen van de waterschappen. Daarnaast zal in mei ‘20 een regio NH breed overleg worden georganiseerd waarin alle raadsleden, collegeleden, bestuurders, Statenleden, leden van de dagelijks en algemeen besturen van de waterschappen binnen de regio met elkaar in gesprek kunnen gaan.

– Nadat de raden, Staten en algemeen bestuur van de waterschappen in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van de colleges te hebben gebracht zal de concept-RES worden aangeboden aan het Nationaal Programmabureau (NP RES). Het NP RES legt de concept-RES voor ter doorrekening aan het Planbureau voor Leefbaarheid (PBL) en de netwerkbeheerder. Daarnaast beoordeelt het NP RES de concept-RES kwalitatief. Het advies dat uit de kwantitatieve doorrekening en de kwalitatieve beoordeling volgt, is input voor de verdere uitwerking van de concept-RES naar de RES 1.0.

Hoe kan ik als inwoner meedoen aan de RES?

Als inwoner kunt u ook meedoen aan het maken van de RES. Neem hiervoor contact op met uw gemeente om te horen wanneer u kunt meepraten over de RES. En misschien heeft u zelf een goed plan dat bijdraagt aan de energietransitie.

Wat ook een mogelijkheid is, is dat u financieel deelneemt in een energieproject. Zo kunnen we ook zorgen dat niet alleen de lasten, maar ook de lusten van zonne- of windenergie (gedeeltelijk) lokaal terecht komen. Wilt u daar meer over weten, neem dat contact op met de energiecoöperatie bij u in de buurt.

Wilt u meer weten over hoe u uw woning kunt verduurzamen, en of daar subsidies voor zijn? Kijk dan op de site van het duurzaam bouwloket.

Heeft iedereen de mogelijkheid gekregen om deel te nemen? 

In totaal zijn er in Noord-Holland Noord 47 bijeenkomsten georganiseerd waaraan ruim 1.500 mensen, voornamelijk bewoners, hebben deelgenomen. De organisatie hiervan is gedaan door de gemeenten. Daarnaast zijn er tientallen sessies geweest met onafhankelijke deskundigen, kennisdeeldagen voor ambtenaren en bestuurders, en individuele gesprekken met verschillende stakeholders. Alle resultaten van onderzoeken, gesprekken en bijeenkomsten zijn gepubliceerd op de website van de energieregio. 

Het participatieproces ten behoeve van de RES 1.0 is hiermee nog niet klaar. De reacties van deelnemers aan de bijeenkomsten, en de wensen en bedenkingen van volksvertegenwoordigers moeten nog geformuleerd worden en verwerkt. Na de zomer wordt gestart met het concretiseren van de zoekgebieden uit de concept-RES, waarvoor ook weer – in overleg met onder meer de Participatiecoalitie – participatie wordt georganiseerd. Ook voor deze participatieronde geldt dat de organisatie van de participatie wordt uitgevoerd door de gemeenten.

En ten slotte, ten behoeve van de vaststelling van de RES 1.0 door gemeenteraden, provinciale staten en algemeen bestuur van de waterschappen zullen er binnen het besluitvormingsproces van gemeenten, provincie en waterschappen de gebruikelijke mogelijkheden zijn voor inspraak.

Kortom, we zijn nog maar net begonnen met participatie.  De programmaorganisatie staat open voor initiatieven en ideeën om meer mensen bij de RES te betrekken.

De techniek

Wat is TWh?

Een TWh of Terawattuur is een eenheid voor energie. 1 TWh = 1.000.000.000.000 wattuur.  Ter vergelijking: 1 TWh is twee keer de elektriciteitsvraag  van de gemeente Alkmaar. Nederland produceert nu rond de 17 TWh aan groene elektriciteit. In iets meer dan 10 jaar tijd moet dit aantal dus ongeveer verdubbeld worden.

Hier vindt u meer informatie over eenheden voor energie.

Kan het elektriciteitsnetwerk vraag en aanbod van energie straks aan?

De groeiende economie en de komst van de datacenters zorgt voor een snelle toename van de vraag naar vermogen. Ook het groeiend aanbod (terugleveren) van duurzame elektriciteit vraagt om extra capaciteit van het elektriciteitsnetwerk. Dit netwerk werd zo’n 100 jaar geleden aangelegd, gebaseerd op centrale energiecentrales. Nu wordt decentraal steeds meer energie opgewekt. Daarom werkt de netwerkbeheerder aan aanpassing en uitbreiding van het energienet, daar waar de druk op het net toeneemt. Bijvoorbeeld door extra elektriciteit verdeelstations te bouwen. Een proces dat vaak jaren duurt. Niet alleen door de bouw zelf, maar ook omdat bezwaar- en beroepsprocedures voor vertraging zorgen. Een flinke uitdaging dus om vraag en aanbod goed op elkaar af te stemmen, zowel in locatie (vraag en aanbod zo dicht mogelijk bij elkaar) als in tijd (wanneer is het elektriciteitsnet aangepast voor extra opwek). 

Systeemefficiëntie is één van de beoordelingscriteria. Dus in de RES houden we rekening met het antwoord op de vraag of het elektriciteitsnetwerk de gekozen oplossingen aankan. De netwerkbeheerders zitten hiervoor aan tafel. Zij zijn partner van het samenwerkingsverband Energieregio Noord-Holland Noord. Zij rekenen alles door en denken mee. Ook over de mix van hernieuwbare energiebronnen en toekomstige innovaties. 

Meer informatie over het netwerk vindt u hier.

Moeten er windmolens komen?

Ja, omdat de behoefte naar duurzame/groene elektriciteit sterk toeneemt. Bijvoorbeeld omdat we fossiel gestookte elektriciteitscentrales uitschakelen, maar ook omdat er steeds meer elektrische auto’s komen en we (een deel van) de woningen elektrisch moeten gaan verwarmen. Ondanks dat we ook energie gaan besparen, zal de behoefte aan elektriciteit toenemen. Om deze elektriciteit duurzaam op te wekken is een mix van verschillende bronnen nodig zoals zon en wind. Zodat we ook op momenten dat de zon niet schijnt kunnen voldoen aan de vraag. En dat de pieken in het elektriciteitsnet verdeeld worden over de dag. Windenergie is één van die bronnen. Zonnepanelen op daken kunnen voor zo’n 20% voorzien in de verwachte vraag naar elektriciteit in 2050. Wanneer fors wordt ingezet op zonnevelden (10% van het agrarisch grondgebied) dan is dat goed voor zo’n 50% van de verwachte vraag. Zonneweides nemen veel ruimte in, windmolens minder. Kortom een deel van de elektriciteitsopwekking zal van windenergie moeten komen. 

Zijn windmolens op zee een onderdeel van de RES?

Hoe wind op zee wordt ingevuld, is afgesproken in het Noordzee-akkoord dat begin dit jaar met alle relevante partijen is gesloten. Daarom kunnen wij daar als regio in de RES geen rekening mee houden. Alle duurzame energiebronnen moeten gebruikt worden om de doelen te kunnen halen, inclusief de wind op land.

Zo’n 60% van de landelijke opgave voor groene stroom wordt tot 2030 al door wind op zee gerealiseerd. De overige 40% – de opgave van de RES – moet op land opgewekt worden. Het gaat dan om 35 TWh.

Windmolens in meren kunnen wel meegenomen worden in de RES. In de RES worden de keuzes gemaakt waar windmolens wel of niet ingepast kunnen worden. In het ruimtelijk beleid worden deze keuzes uiteindelijk geconcretiseerd en integraal afgewogen.

Waarom ligt de focus vooral op zon- en windenergie?

De focus ligt op bewezen technieken voor de opwek van hernieuwbare energie. Dus vooral op zon- en windenergie. Als gewacht moet worden op nieuwe technieken, dan wordt de opgave om de doelen uit het Klimaatakkoord steeds moeilijker te halen. In kortere tijd moeten we dan meer doen. Kosten zullen hierdoor toenemen. Zowel in het versneld toepassen van duurzame technieken als in de kosten voor het beheersen van de gevolgen van klimaatverandering. 

De RES wordt om de twee jaar geactualiseerd. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Windmolens en zonnepanelen staat er overigens niet voor eeuwig. In de toekomst zullen ze wellicht plaats maken voor slimmere oplossingen. Tot die tijd hebben we ze nodig.

Kunnen we niet beter wachten op nieuwe technologie?

Als we gaan wachten, wordt de opgave steeds groter. In kortere tijd moeten we dan meer doen. Kosten zullen hierdoor toenemen. Zowel in het versneld toepassen van duurzame technieken als in de kosten voor het beheersen van de gevolgen van klimaatverandering. Nieuwe technologie komt er alleen wanneer er vraag is. We moeten deze vraag dus gaan creëren, door nu te investeren in de duurzame technieken. De markt zorgt voor efficiëntere producten of andere technologieën juist doordat producten nu worden aangeschaft en toegepast. Zo zie je dat een zonnepaneel steeds meer elektriciteit opwekt. Deze ontwikkeling kon juist plaatsvinden omdat zonnepanelen aangeschaft worden, waarbij marktpartijen toch graag betere producten wil maken dan de concurrent. Wanneer we gaan wachten en huidige technieken niet toepassen gaat de ontwikkeling van nieuwe techniek dus juist langzamer.

Gelukkig kijken we wel om de twee jaar opnieuw naar de RES. Zo kunnen nieuwe ontwikkelingen worden meegenomen. Windmolens en zonnepanelen staat er overigens niet voor eeuwig. In de toekomst zullen ze wellicht plaats maken voor slimmere oplossingen. Tot die tijd hebben we ze nodig.

Komen er zonnepanelen op landbouwgrond?

Zonnevelden op landbouwgrond zijn waarschijnlijk onvermijdelijk. Ook hiervoor geldt dat dit in de RES wordt afgewogen op basis van het beoordelingskader: 

– Kwantiteit: wordt de totale opgave gehaald? 
– Bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak
– Optimaal ruimte gebruik
– Energiesysteem efficiëntie: wordt er rekening gehouden met de energie infrastructuur?

Natuurlijk is de grondeigenaar hierbij ook aan zet. Bij gebruik voor zonnevelden kan de grond maar beperkt voor andere doeleinden gebruikt worden. Wel kan het bijvoorbeeld gecombineerd worden met windmolens. En er zijn oplossingen mogelijk zodat koeien en schapen toch kunnen grazen. Maar maaien met de tractor wordt lastig. Onderzoek moet nog uitwijzen welk effect zonneweides hebben op bijvoorbeeld de biodiversiteit (wordt dit beter?) en de kwaliteit van de onderliggende grond (wordt dit minder?). Natuurlijk wordt er gezocht naar slimme oplossingen zoals meervoudig ruimtegebruik om het aantal zonnevelden op landbouwgrond zo laag mogelijk te houden. 

Waarom moeten we van het gas af?

Om ervoor te zorgen dat de Groningers ook veilig kunnen wonen, wil het rijk de gaswinning terugdraaien. Op de korte termijn kunnen we dat oplossen met extra import en winning uit andere gasvelden. Maar op de langere termijn is dit geen oplossing. Daarom is het goed dat we nu snel beginnen met minder aardgas te gebruiken. We zijn begonnen met de grote industriële bedrijven, maar ook in de gebouwde omgeving zal minder gas gebruikt moeten worden.

En aardgas zorgt ook voor CO2 uitstoot. We hebben in Parijs afgesproken in 2050 zo’n 80 tot 95% CO2-reductie te realiseren. Om dat te bereiken is het gebruik van aardgas voor het verwarmen van woningen en tap- en douchewater geen optie meer. 2050 klinkt ver weg. Maar we moeten nu al stappen zetten om van het aardgas af te gaan, willen we dat doel halen. 

Waarom lees ik niets over kernenergie?

Kernenergie is mogelijk een oplossing voor de lange termijn (vanaf 2030) en niet voor de korte termijn (tot 2030). Op dit moment zijn er geen bedrijven die hierin willen investeren en de bouw van een centrale duurt zo’n 20 jaar. De RES gaat daarom in op oplossingen die wél binnen onze invloedsfeer en binnen de mogelijkheden van de regio liggen. Bij kernenergie komt bovendien de landelijke overheid in beeld (Tweede Kamer).  Die zal dan moeten besluiten om kernenergie wel of niet mogelijk te maken, bijvoorbeeld met wetgeving, financiering van onderzoek of subsidies.

Wordt H2 (waterstof) ook meegenomen als duurzaam alternatief voor gas? 

Groene waterstofgas en biogas zijn een acceptabel alternatief, maar de productie is duur en het aanbod is beperkt. Verder ligt het op dit moment meer voor de hand om deze duurzame gassen in te zetten op andere gebieden dan het verwarmen van de gebouwde omgeving. Denk bijvoorbeeld aan de industriële processen die een hoge temperatuur vragen en zwaar vrachtverkeer. Afhankelijk van de productiewijze van waterstof, kan het veel elektriciteit vragen. Wil je dit groen doen dan zijn er nog meer windmolens en zonnepanelen in het landschap nodig. 

Wordt biomassa ook meegenomen als duurzaam alternatief?

Ja, biomassa telt onder bepaalde voorwaarde mee ook als duurzame warmtebron (bijv. teelt en verwerking in de regio), net als restwarmte, geothermie en aquathermie. Maar duurzame elektriciteit uit biomassa wordt niet meegerekend in de 35 TWh.

Naast de opwek van wind- en zonne-energie, wordt in Noord-Holland ook hernieuwbare elektriciteit opgewekt uit biogas (covergisting, stortgas, GFT, VGI en RWZI) en de verbranding van afval en biomassa. Bij elkaar is dit 0,974 TWh (bron: Klimaatmonitor, cijfers 2017). Deze opwek wordt niet meegenomen in de opgave voor 35 TWh grootschalige opwek (zon/wind) op land, maar wordt wel benoemd in de RES.

Wat is restwarmte?

Restwarmte is warmte die overblijft als onderdeel van een (industrieel) proces. Denk aan de restwarmte van hoogovens, vuilverbranding of de restwarmte van een datacenter. Deze restwarmte kan weer benut worden als verwarmingsbron.

Gevolgen van de RES voor mijn omgeving

Staat straks onze regio vol met windmolens, zonnevelden en elektriciteitsmasten?

De omslag naar duurzame energiebronnen is al zichtbaar in ons landschap. De kunst is om deze verandering zo goed mogelijk in te passen. Hoe kunnen we de visuele gevolgen zoveel mogelijk beperken of juist het landschap versterken? We zoeken hiervoor naar slimme oplossingen zoals meervoudig ruimtegebruik om het effect in het landschap te minimaliseren. Denk bijvoorbeeld aan het plaatsen van een zonneweide onder elektriciteitsmasten, een landschappelijke inpassing van een zonneweide of het ondergronds transport van restwarmte. Alles hangt af van de mogelijkheden in de wijde omgeving. De uiteindelijke keuzes worden gemaakt in de RES. Ook vinden we het belangrijk dat de uitvoering betaalbaar is en de directe omgeving (financieel) kan meeprofiteren van de ontwikkeling. Niet alleen de lasten maar ook de lusten. 

De Provinciaal Ruimtelijke Verordening (PRV) stelt dat windmolens niet dichterbij dan minimaal 600 meter van huizen mogen worden neergezet. Voor de RES is dat 198 en 475 meter. Hoe zit dat?

In de foto-documenten en scenario’s die gebruikt worden voor de ontwikkeling van de concept-RES, zijn de beperkingen (omtrent veiligheid) opgenomen voor windturbines uit de landelijke regelgeving, namelijk:

– voor verspreid liggende woningen is minimale afstand van windturbine: 198 meter vanaf de gevel;
– voor woonkernen is de minimale afstand van windturbine: 475 meter vanaf de gevel.

Deze landelijke regelgeving wordt in alle energieregio’s gehanteerd als uitgangspunt voor de RES.

Aanvullende lokale/regionale beleidsregels zijn niet opgenomen in de fotodocumenten en de scenario’s. Dit geldt ook voor de 600 meter afstand wind tot woningen (tot verspreid liggende woningen en woonkernen) zoals opgenomen in de PRV (Provinciaal Ruimtelijke verordening). 

De reden hiervoor is dat de gemeente en/of provincie weinig invloed heeft op de landelijke regelgeving, maar wel op het eigen beleid. Het is voorstelbaar dat er in sommige gebieden mogelijkheden zijn om een kleinere afstand aan te houden, afhankelijk van o.a. de situatie en het draagvlak. Door in de foto-documenten en de scenario’s uit te gaan van landelijke regelgeving, wordt voor de concept-RES met een groter zoekgebied gewerkt, waardoor er meer ruimte is voor maatwerk per gebied. Later in het proces, na de zomer, worden de zoekgebieden verder uitgewerkt samen met de belanghebbenden van het gebied. Het is dan vervolgens aan de gemeente en/of provincie hoe met deze nadere uitwerking om te gaan, in het kader van de bestaande regelgeving. Met andere woorden, de 600 meter uit de PRV is niet van tafel. Het is aan de gemeenten en/of provincie hoe ze hiermee willen omgaan.

Gaat de energiestrategie ten koste van de leefbaarheid van mijn gemeente?

In de RES wordt de omvang van de energietransitie duidelijk en zichtbaar. Daarbij moeten we met elkaar ook de kansen verkennen om de kwaliteit van leefbaarheid te versterken. Denk aan koppelen met oplossingen voor de mobiliteit, woningbouw, natuurlijke ontwikkeling, waterberging of economie. De omgeving van onze regio verandert niet van vandaag op morgen. Tegelijkertijd blijft het landschap altijd veranderen. Dit gebeurt door de eeuwen heen. Zo zijn we nog niet eens zo lang geleden gestopt met kolen stoken. Ook de veenafgravingen zijn een voorbeeld van een energielandschap. En kunnen wij in Nederland niet meer zonder internet, liggen veel elektriciteitskabels inmiddels ondergronds en zijn telefooncellen uit het straatbeeld verdwenen.

Wordt er rekening gehouden met de ecologische gevolgen voor de regio?

De RES wordt samen gemaakt met veel verschillende partijen, waaronder agrarische partijen, maatschappelijke- en natuurorganisaties. Natuurlijk liggen er verschillende belangen. De effecten van de keuzes die in de RES gemaakt gaan worden, zullen goed in beeld gebracht worden. 

De energietransitie

Wat is de energietransitie?

De energietransitie is de omschakeling van fossiele brandstoffen (olie, aardgas, steenkolen) naar duurzame energie (zon, wind en duurzame warmte). De afspraken over de energietransitie in Nederland zijn vastgelegd in het Klimaatakkoord. Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat in 2030 35 TWh nodig aan duurzame elektriciteitsopwekking door wind en zon. De Regionale Energie Strategie beschrijft hoe we dit per energieregio doen.

Wie is verantwoordelijk voor de energietransitie en de Regionale Energiestrategie?

Wij zijn met elkaar verantwoordelijkheid voor de energietransitie naar duurzame energie. Want verduurzaming begint bij besparing. Elke eenheid elektriciteit of warmte die we besparen hoeft niet te worden opgewekt. Het Rijk, provincies en gemeenten zijn binnen de energieregio’s verantwoordelijk voor de energietransitie. Zij maken ook het ruimtelijk beleid, verlenen vergunningen en houden toezicht. De energietransitie en het opstellen van de Regionale Energie Strategie gebeurt in samenwerking met maatschappelijke partners en in samenspraak met de samenleving.

De energieregio Noord-Holland Noord is geen eigen organisatie, maar een samenwerkingsverband tussen overheden en partners in de regio. Elke partij in dit samenwerkingsverband behoudt haar eigen (bestuurlijke) bevoegdheden en verantwoordelijkheden.

Kan het bedrijfsleven als grote CO2 producent dit niet oplossen?

Ook het bedrijfsleven krijgt in het Klimaatakkoord een doelstelling opgelegd om aardgasvrij te worden en minder fossiele brandstoffen te gebruiken. De 35 TWh (aan opwek van duurzame elektriciteit) uit het Klimaatakkoord is één van de vele maatregelen. Al deze maatregelen bij elkaar zorgen voor de gewenste CO2-reductie in 2030. Het verminderen van CO2-uitstoot door grote bedrijven is één van de doelstellingen.


Staat uw vraag er niet bij?

Wilt u meer weten over de Regionale Energiestrategie in Nederland, bekijk hier de landelijke website.

Meer vragen, antwoorden en informatie vindt u op de website van het Klimaatakkoord.

Bekijk de Klimaatmonitor voor cijfers over lokale CO2-uitstoot, energieverbuik en hernieuwbare energie.

Heeft u een vraag of wilt u meer informatie over de energie- en warmtetransitie in uw gemeente, neem dan contact op met de gemeente waar u woont.

Heeft u een vraag over de Regionale Energiestrategie Noord-Holland Noord?
Stel ons een vraag

Deel deze informatie:
Naar bovenNaar boven
Snel naar NH Zuid
Snel naar NH Zuid